HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bubbelen — definición

Conjugation of bubbelen

Regular CEFR B2
/ˈbʏ.bə.lə(n)/

het vrijkomen en omhoog stijgen van bubbels en die aan het oppervlak van de vloeistof uiteenspatten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bubbel
jij / je bubbelt
hij / zij / het bubbelt
wij / we bubbelen
jullie bubbelen
zij / ze bubbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bubbelde
jij / je bubbelde
hij / zij / het bubbelde
wij / we bubbelden
jullie bubbelden
zij / ze bubbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bubbele
jij / je bubbele
hij / zij / het bubbele
wij / we bubbelen
jullie bubbelen
zij / ze bubbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bubbelde
jij / je bubbelde
hij / zij / het bubbelde
wij / we bubbelden
jullie bubbelden
zij / ze bubbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bubbel
jullie (archaïsch) bubbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bubbelen
Tegenwoordig deelwoord
bubbelend
Voltooid deelwoord
gebubbeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary