HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bruinen — definition

Conjugation of bruinen

Regular CEFR C2
ˈbrœy̯.nə(n)

iets bruin maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bruin
jij / je bruint
hij / zij / het bruint
wij / we bruinen
jullie bruinen
zij / ze bruinen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bruinde
jij / je bruinde
hij / zij / het bruinde
wij / we bruinden
jullie bruinden
zij / ze bruinden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bruine
jij / je bruine
hij / zij / het bruine
wij / we bruinen
jullie bruinen
zij / ze bruinen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bruinde
jij / je bruinde
hij / zij / het bruinde
wij / we bruinden
jullie bruinden
zij / ze bruinden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bruin
jullie (archaïsch) bruint

Onbepaalde vormen

Infinitief
bruinen
Tegenwoordig deelwoord
bruinend
Voltooid deelwoord
gebruind

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary