HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← brommen — definition

Conjugation of brommen

Regular CEFR C2
ˈbrɔmə(n)

een laag rommelend geluid voortbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik brom
jij / je bromt
hij / zij / het bromt
wij / we brommen
jullie brommen
zij / ze brommen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bromde
jij / je bromde
hij / zij / het bromde
wij / we bromden
jullie bromden
zij / ze bromden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bromme
jij / je bromme
hij / zij / het bromme
wij / we brommen
jullie brommen
zij / ze brommen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bromde
jij / je bromde
hij / zij / het bromde
wij / we bromden
jullie bromden
zij / ze bromden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij brom
jullie (archaïsch) bromt

Onbepaalde vormen

Infinitief
brommen
Tegenwoordig deelwoord
brommend
Voltooid deelwoord
gebromd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary