HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← brokkelen — definition

Conjugation of brokkelen

Regular CEFR B2
ˈbrɔkələ(n)

in stukjes breken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik brokkel
jij / je brokkelt
hij / zij / het brokkelt
wij / we brokkelen
jullie brokkelen
zij / ze brokkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik brokkelde
jij / je brokkelde
hij / zij / het brokkelde
wij / we brokkelden
jullie brokkelden
zij / ze brokkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik brokkele
jij / je brokkele
hij / zij / het brokkele
wij / we brokkelen
jullie brokkelen
zij / ze brokkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik brokkelde
jij / je brokkelde
hij / zij / het brokkelde
wij / we brokkelden
jullie brokkelden
zij / ze brokkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij brokkel
jullie (archaïsch) brokkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
brokkelen
Tegenwoordig deelwoord
brokkelend
Voltooid deelwoord
gebrokkeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary