HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← briefen — definition

Conjugation of briefen

Regular CEFR C2
ˈbriːfə(n)

iemand bijpraten met het oog op een te vervullen taak Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik brief
jij / je brieft
hij / zij / het brieft
wij / we briefen
jullie briefen
zij / ze briefen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik briefde
jij / je briefde
hij / zij / het briefde
wij / we briefden
jullie briefden
zij / ze briefden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik briefe
jij / je briefe
hij / zij / het briefe
wij / we briefen
jullie briefen
zij / ze briefen
Aanvoegende wijs — verleden
ik briefde
jij / je briefde
hij / zij / het briefde
wij / we briefden
jullie briefden
zij / ze briefden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij brief
jullie (archaïsch) brieft

Onbepaalde vormen

Infinitief
briefen
Tegenwoordig deelwoord
briefend
Voltooid deelwoord
gebriefd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary