HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bridgen — definición

Conjugation of bridgen

Regular CEFR C2
/ˈbrɪdʒə(n)/

bridge spelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bridge
jij / je bridget
hij / zij / het bridget
wij / we bridgen
jullie bridgen
zij / ze bridgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bridgede
jij / je bridgede
hij / zij / het bridgede
wij / we bridgeden
jullie bridgeden
zij / ze bridgeden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bridge
jij / je bridge
hij / zij / het bridge
wij / we bridgen
jullie bridgen
zij / ze bridgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bridgede
jij / je bridgede
hij / zij / het bridgede
wij / we bridgeden
jullie bridgeden
zij / ze bridgeden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bridge
jullie (archaïsch) bridget

Onbepaalde vormen

Infinitief
bridgen
Tegenwoordig deelwoord
bridgend
Voltooid deelwoord
gebridged

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary