HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← braken — definition

Conjugation of braken

Regular CEFR C1
ˈbraː.kə(n)

het verwijderen van voedsel en/of andere stoffen uit de maag via de mond en soms de neus. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik braak
jij / je braakt
hij / zij / het braakt
wij / we braken
jullie braken
zij / ze braken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik braakte
jij / je braakte
hij / zij / het braakte
wij / we braakten
jullie braakten
zij / ze braakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik brake
jij / je brake
hij / zij / het brake
wij / we braken
jullie braken
zij / ze braken
Aanvoegende wijs — verleden
ik braakte
jij / je braakte
hij / zij / het braakte
wij / we braakten
jullie braakten
zij / ze braakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij braak
jullie (archaïsch) braakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
braken
Tegenwoordig deelwoord
brakend
Voltooid deelwoord
gebraakt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary