HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← brabbelen — definition

Conjugation of brabbelen

Regular CEFR C2
ˈbrɑbələ(n)

slecht en onduidelijk praten met name van baby's Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik brabbel
jij / je brabbelt
hij / zij / het brabbelt
wij / we brabbelen
jullie brabbelen
zij / ze brabbelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik brabbelde
jij / je brabbelde
hij / zij / het brabbelde
wij / we brabbelden
jullie brabbelden
zij / ze brabbelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik brabbele
jij / je brabbele
hij / zij / het brabbele
wij / we brabbelen
jullie brabbelen
zij / ze brabbelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik brabbelde
jij / je brabbelde
hij / zij / het brabbelde
wij / we brabbelden
jullie brabbelden
zij / ze brabbelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij brabbel
jullie (archaïsch) brabbelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
brabbelen
Tegenwoordig deelwoord
brabbelend
Voltooid deelwoord
gebrabbeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary