HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bougeren — definición

Conjugation of bougeren

Regular CEFR B2
/buˈʒeːrə(n)/

to move, to budge Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bougeer
jij / je bougeert
hij / zij / het bougeert
wij / we bougeren
jullie bougeren
zij / ze bougeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bougeerde
jij / je bougeerde
hij / zij / het bougeerde
wij / we bougeerden
jullie bougeerden
zij / ze bougeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bougere
jij / je bougere
hij / zij / het bougere
wij / we bougeren
jullie bougeren
zij / ze bougeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bougeerde
jij / je bougeerde
hij / zij / het bougeerde
wij / we bougeerden
jullie bougeerden
zij / ze bougeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bougeer
jullie (archaïsch) bougeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bougeren
Tegenwoordig deelwoord
bougerend
Voltooid deelwoord
gebougeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary