HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← botsen — definition

Conjugation of botsen

Regular CEFR C2
ˈbɔtsə(n)

met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bots
jij / je botst
hij / zij / het botst
wij / we botsen
jullie botsen
zij / ze botsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik botste
jij / je botste
hij / zij / het botste
wij / we botsten
jullie botsten
zij / ze botsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik botse
jij / je botse
hij / zij / het botse
wij / we botsen
jullie botsen
zij / ze botsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik botste
jij / je botste
hij / zij / het botste
wij / we botsten
jullie botsten
zij / ze botsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bots
jullie (archaïsch) botst

Onbepaalde vormen

Infinitief
botsen
Tegenwoordig deelwoord
botsend
Voltooid deelwoord
gebotst

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary