HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← borstelen — definition

Conjugation of borstelen

Regular CEFR C2
ˈbɔrs.tə.lə(n)

schoonmaken met behulp van een borstel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik borstel
jij / je borstelt
hij / zij / het borstelt
wij / we borstelen
jullie borstelen
zij / ze borstelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik borstelde
jij / je borstelde
hij / zij / het borstelde
wij / we borstelden
jullie borstelden
zij / ze borstelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik borstele
jij / je borstele
hij / zij / het borstele
wij / we borstelen
jullie borstelen
zij / ze borstelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik borstelde
jij / je borstelde
hij / zij / het borstelde
wij / we borstelden
jullie borstelden
zij / ze borstelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij borstel
jullie (archaïsch) borstelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
borstelen
Tegenwoordig deelwoord
borstelend
Voltooid deelwoord
geborsteld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary