HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← borrelen — definition

Conjugation of borrelen

Regular CEFR C2
ˈbɔ.rə.lə(n)

zich bewegen door het opstijgen van vele gasbelletjes Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik borrel
jij / je borrelt
hij / zij / het borrelt
wij / we borrelen
jullie borrelen
zij / ze borrelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik borrelde
jij / je borrelde
hij / zij / het borrelde
wij / we borrelden
jullie borrelden
zij / ze borrelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik borrele
jij / je borrele
hij / zij / het borrele
wij / we borrelen
jullie borrelen
zij / ze borrelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik borrelde
jij / je borrelde
hij / zij / het borrelde
wij / we borrelden
jullie borrelden
zij / ze borrelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij borrel
jullie (archaïsch) borrelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
borrelen
Tegenwoordig deelwoord
borrelend
Voltooid deelwoord
geborreld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary