HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← borgen — definition

Conjugation of borgen

Regular CEFR B1
ˈbɔrɣə(n)

zorgen dat iets met zekerheid gegeven kan worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik borg
jij / je borgt
hij / zij / het borgt
wij / we borgen
jullie borgen
zij / ze borgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik borgde
jij / je borgde
hij / zij / het borgde
wij / we borgden
jullie borgden
zij / ze borgden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik borge
jij / je borge
hij / zij / het borge
wij / we borgen
jullie borgen
zij / ze borgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik borgde
jij / je borgde
hij / zij / het borgde
wij / we borgden
jullie borgden
zij / ze borgden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij borg
jullie (archaïsch) borgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
borgen
Tegenwoordig deelwoord
borgend
Voltooid deelwoord
geborgd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary