HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← borduren — definition

Conjugation of borduren

Regular CEFR C2
bɔrˈdyrə(n)

met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik borduur
jij / je borduurt
hij / zij / het borduurt
wij / we borduren
jullie borduren
zij / ze borduren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik borduurde
jij / je borduurde
hij / zij / het borduurde
wij / we borduurden
jullie borduurden
zij / ze borduurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bordure
jij / je bordure
hij / zij / het bordure
wij / we borduren
jullie borduren
zij / ze borduren
Aanvoegende wijs — verleden
ik borduurde
jij / je borduurde
hij / zij / het borduurde
wij / we borduurden
jullie borduurden
zij / ze borduurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij borduur
jullie (archaïsch) borduurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
borduren
Tegenwoordig deelwoord
bordurend
Voltooid deelwoord
geborduurd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary