HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bonzen — definición

Conjugation of bonzen

Regular CEFR C2
/ˈbɔnzə(n)/

bij herhaling slaande, een luid, laag geluid maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bons
jij / je bonst
hij / zij / het bonst
wij / we bonzen
jullie bonzen
zij / ze bonzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bonsde
jij / je bonsde
hij / zij / het bonsde
wij / we bonsden
jullie bonsden
zij / ze bonsden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bonze
jij / je bonze
hij / zij / het bonze
wij / we bonzen
jullie bonzen
zij / ze bonzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bonsde
jij / je bonsde
hij / zij / het bonsde
wij / we bonsden
jullie bonsden
zij / ze bonsden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bons
jullie (archaïsch) bonst

Onbepaalde vormen

Infinitief
bonzen
Tegenwoordig deelwoord
bonzend
Voltooid deelwoord
gebonsd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary