HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bombarderen — definition

Conjugation of bombarderen

Regular CEFR C1
bɔmbɑrˈdeːrə(n)

bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bombardeer
jij / je bombardeert
hij / zij / het bombardeert
wij / we bombarderen
jullie bombarderen
zij / ze bombarderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bombardeerde
jij / je bombardeerde
hij / zij / het bombardeerde
wij / we bombardeerden
jullie bombardeerden
zij / ze bombardeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bombardere
jij / je bombardere
hij / zij / het bombardere
wij / we bombarderen
jullie bombarderen
zij / ze bombarderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bombardeerde
jij / je bombardeerde
hij / zij / het bombardeerde
wij / we bombardeerden
jullie bombardeerden
zij / ze bombardeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bombardeer
jullie (archaïsch) bombardeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bombarderen
Tegenwoordig deelwoord
bombarderend
Voltooid deelwoord
gebombardeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary