HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boffen — definición

Conjugation of boffen

Regular CEFR C2
/ˈbɔ.fə(n)/

geluk hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bof
jij / je boft
hij / zij / het boft
wij / we boffen
jullie boffen
zij / ze boffen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bofte
jij / je bofte
hij / zij / het bofte
wij / we boften
jullie boften
zij / ze boften

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boffe
jij / je boffe
hij / zij / het boffe
wij / we boffen
jullie boffen
zij / ze boffen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bofte
jij / je bofte
hij / zij / het bofte
wij / we boften
jullie boften
zij / ze boften

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bof
jullie (archaïsch) boft

Onbepaalde vormen

Infinitief
boffen
Tegenwoordig deelwoord
boffend
Voltooid deelwoord
geboft

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary