HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boeten — definition

Conjugation of boeten

Regular CEFR B1
ˈbutə(n)

~ voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boet
jij / je boet
hij / zij / het boet
wij / we boeten
jullie boeten
zij / ze boeten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boette
jij / je boette
hij / zij / het boette
wij / we boetten
jullie boetten
zij / ze boetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boete
jij / je boete
hij / zij / het boete
wij / we boeten
jullie boeten
zij / ze boeten
Aanvoegende wijs — verleden
ik boette
jij / je boette
hij / zij / het boette
wij / we boetten
jullie boetten
zij / ze boetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boet
jullie (archaïsch) boet

Onbepaalde vormen

Infinitief
boeten
Tegenwoordig deelwoord
boetend
Voltooid deelwoord
geboet

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary