HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boenen — definición

Conjugation of boenen

Regular CEFR C2
/ˈbunə(n)/

in de was zetten en glanzend wrijven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boen
jij / je boent
hij / zij / het boent
wij / we boenen
jullie boenen
zij / ze boenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boende
jij / je boende
hij / zij / het boende
wij / we boenden
jullie boenden
zij / ze boenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boene
jij / je boene
hij / zij / het boene
wij / we boenen
jullie boenen
zij / ze boenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik boende
jij / je boende
hij / zij / het boende
wij / we boenden
jullie boenden
zij / ze boenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boen
jullie (archaïsch) boent

Onbepaalde vormen

Infinitief
boenen
Tegenwoordig deelwoord
boenend
Voltooid deelwoord
geboend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary