HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boeien — definition

Conjugation of boeien

Regular CEFR B2
ˈbui̯ə(n)

iemands vrijheid beperken door hem vast te binden aan hand of voet; in de boeien slaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boei
jij / je boeit
hij / zij / het boeit
wij / we boeien
jullie boeien
zij / ze boeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boeide
jij / je boeide
hij / zij / het boeide
wij / we boeiden
jullie boeiden
zij / ze boeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boeie
jij / je boeie
hij / zij / het boeie
wij / we boeien
jullie boeien
zij / ze boeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik boeide
jij / je boeide
hij / zij / het boeide
wij / we boeiden
jullie boeiden
zij / ze boeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boei
jullie (archaïsch) boeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
boeien
Tegenwoordig deelwoord
boeiend
Voltooid deelwoord
geboeid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary