HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boegseren — definition

Conjugation of boegseren

Regular CEFR B2
buxˈseːrə(n)

voortslepen door een of meer (andere) schepen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boegseer
jij / je boegseert
hij / zij / het boegseert
wij / we boegseren
jullie boegseren
zij / ze boegseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boegseerde
jij / je boegseerde
hij / zij / het boegseerde
wij / we boegseerden
jullie boegseerden
zij / ze boegseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boegsere
jij / je boegsere
hij / zij / het boegsere
wij / we boegseren
jullie boegseren
zij / ze boegseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik boegseerde
jij / je boegseerde
hij / zij / het boegseerde
wij / we boegseerden
jullie boegseerden
zij / ze boegseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boegseer
jullie (archaïsch) boegseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
boegseren
Tegenwoordig deelwoord
boegserend
Voltooid deelwoord
geboegseerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary