HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blussen — definición

Conjugation of blussen

Regular CEFR C2
/ˈblʏsə(n)/

vloeistof over heet eten doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blus
jij / je blust
hij / zij / het blust
wij / we blussen
jullie blussen
zij / ze blussen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bluste
jij / je bluste
hij / zij / het bluste
wij / we blusten
jullie blusten
zij / ze blusten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blusse
jij / je blusse
hij / zij / het blusse
wij / we blussen
jullie blussen
zij / ze blussen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bluste
jij / je bluste
hij / zij / het bluste
wij / we blusten
jullie blusten
zij / ze blusten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blus
jullie (archaïsch) blust

Onbepaalde vormen

Infinitief
blussen
Tegenwoordig deelwoord
blussend
Voltooid deelwoord
geblust

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary