HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blozen — definición

Conjugation of blozen

Regular CEFR C2
/ˈbloːzə(n)/

rood worden in het gezicht, bijvoorbeeld van verlegenheid of schaamte Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bloos
jij / je bloost
hij / zij / het bloost
wij / we blozen
jullie blozen
zij / ze blozen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bloosde
jij / je bloosde
hij / zij / het bloosde
wij / we bloosden
jullie bloosden
zij / ze bloosden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bloze
jij / je bloze
hij / zij / het bloze
wij / we blozen
jullie blozen
zij / ze blozen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bloosde
jij / je bloosde
hij / zij / het bloosde
wij / we bloosden
jullie bloosden
zij / ze bloosden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bloos
jullie (archaïsch) bloost

Onbepaalde vormen

Infinitief
blozen
Tegenwoordig deelwoord
blozend
Voltooid deelwoord
gebloosd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary