HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blinken — definition

Conjugation of blinken

Regular CEFR C2
ˈblɪŋkə(n)

in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blink
jij / je blinkt
hij / zij / het blinkt
wij / we blinken
jullie blinken
zij / ze blinken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blonk
jij / je blonk
hij / zij / het blonk
wij / we blonken
jullie blonken
zij / ze blonken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blinke
jij / je blinke
hij / zij / het blinke
wij / we blinken
jullie blinken
zij / ze blinken
Aanvoegende wijs — verleden
ik blonke
jij / je blonke
hij / zij / het blonke
wij / we blonken
jullie blonken
zij / ze blonken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blink
jullie (archaïsch) blinkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
blinken
Tegenwoordig deelwoord
blinkend
Voltooid deelwoord
geblonken

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary