HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blinddoeken — definition

Conjugation of blinddoeken

Regular CEFR C2
ˈblɪnˌdu.kə(n)

iemand de ogen afdekken om het zien te verhinderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blinddoek
jij / je blinddoekt
hij / zij / het blinddoekt
wij / we blinddoeken
jullie blinddoeken
zij / ze blinddoeken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blinddoekte
jij / je blinddoekte
hij / zij / het blinddoekte
wij / we blinddoekten
jullie blinddoekten
zij / ze blinddoekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blinddoeke
jij / je blinddoeke
hij / zij / het blinddoeke
wij / we blinddoeken
jullie blinddoeken
zij / ze blinddoeken
Aanvoegende wijs — verleden
ik blinddoekte
jij / je blinddoekte
hij / zij / het blinddoekte
wij / we blinddoekten
jullie blinddoekten
zij / ze blinddoekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blinddoek
jullie (archaïsch) blinddoekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
blinddoeken
Tegenwoordig deelwoord
blinddoekend
Voltooid deelwoord
geblinddoekt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary