HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blijden — definition

Conjugation of blijden

Regular CEFR B1

to gladden, rejoice Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blijd
jij / je blijdt
hij / zij / het blijdt
wij / we blijden
jullie blijden
zij / ze blijden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blijdde
jij / je blijdde
hij / zij / het blijdde
wij / we blijdden
jullie blijdden
zij / ze blijdden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blijde
jij / je blijde
hij / zij / het blijde
wij / we blijden
jullie blijden
zij / ze blijden
Aanvoegende wijs — verleden
ik blijdde
jij / je blijdde
hij / zij / het blijdde
wij / we blijdden
jullie blijdden
zij / ze blijdden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blijd
jullie (archaïsch) blijdt

Onbepaalde vormen

Infinitief
blijden
Tegenwoordig deelwoord
blijdend
Voltooid deelwoord
geblijd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary