HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blesseren — definición

Conjugation of blesseren

Regular CEFR B2
/blɛˈseːrə(n)/

lichamelijk letsel toebrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blesseer
jij / je blesseert
hij / zij / het blesseert
wij / we blesseren
jullie blesseren
zij / ze blesseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blesseerde
jij / je blesseerde
hij / zij / het blesseerde
wij / we blesseerden
jullie blesseerden
zij / ze blesseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blessere
jij / je blessere
hij / zij / het blessere
wij / we blesseren
jullie blesseren
zij / ze blesseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik blesseerde
jij / je blesseerde
hij / zij / het blesseerde
wij / we blesseerden
jullie blesseerden
zij / ze blesseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blesseer
jullie (archaïsch) blesseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
blesseren
Tegenwoordig deelwoord
blesserend
Voltooid deelwoord
geblesseerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary