HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blazen — definition

Conjugation of blazen

Regular CEFR B1
ˈblaːzə(n)

een sissend geluid maken om angst of boosheid uit te drukken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blaas
jij / je blaast
hij / zij / het blaast
wij / we blazen
jullie blazen
zij / ze blazen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blies
jij / je blies
hij / zij / het blies
wij / we bliezen
jullie bliezen
zij / ze bliezen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blaze
jij / je blaze
hij / zij / het blaze
wij / we blazen
jullie blazen
zij / ze blazen
Aanvoegende wijs — verleden
ik blieze
jij / je blieze
hij / zij / het blieze
wij / we bliezen
jullie bliezen
zij / ze bliezen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blaas
jullie (archaïsch) blaast

Onbepaalde vormen

Infinitief
blazen
Tegenwoordig deelwoord
blazend
Voltooid deelwoord
geblazen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary