HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blasfemeren — definición

Conjugation of blasfemeren

Regular CEFR C1
/blɑsfəˈmeːrə(n)/

godslasteringen uiten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blasfemeer
jij / je blasfemeert
hij / zij / het blasfemeert
wij / we blasfemeren
jullie blasfemeren
zij / ze blasfemeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blasfemeerde
jij / je blasfemeerde
hij / zij / het blasfemeerde
wij / we blasfemeerden
jullie blasfemeerden
zij / ze blasfemeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blasfemere
jij / je blasfemere
hij / zij / het blasfemere
wij / we blasfemeren
jullie blasfemeren
zij / ze blasfemeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik blasfemeerde
jij / je blasfemeerde
hij / zij / het blasfemeerde
wij / we blasfemeerden
jullie blasfemeerden
zij / ze blasfemeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blasfemeer
jullie (archaïsch) blasfemeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
blasfemeren
Tegenwoordig deelwoord
blasfemerend
Voltooid deelwoord
geblasfemeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary