HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bitteren — definition

Conjugation of bitteren

Regular CEFR B2
ˈbɪtərə(n)

een bittertje nuttigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bitter
jij / je bittert
hij / zij / het bittert
wij / we bitteren
jullie bitteren
zij / ze bitteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bitterde
jij / je bitterde
hij / zij / het bitterde
wij / we bitterden
jullie bitterden
zij / ze bitterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bittere
jij / je bittere
hij / zij / het bittere
wij / we bitteren
jullie bitteren
zij / ze bitteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bitterde
jij / je bitterde
hij / zij / het bitterde
wij / we bitterden
jullie bitterden
zij / ze bitterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bitter
jullie (archaïsch) bittert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bitteren
Tegenwoordig deelwoord
bitterend
Voltooid deelwoord
gebitterd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary