HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← biologeren — definition

Conjugation of biologeren

Regular CEFR B2
bi.oː.loːˈɣeː.rə(n)

door een fascinerende eigenschap de volledige aandacht opeisen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik biologeer
jij / je biologeert
hij / zij / het biologeert
wij / we biologeren
jullie biologeren
zij / ze biologeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik biologeerde
jij / je biologeerde
hij / zij / het biologeerde
wij / we biologeerden
jullie biologeerden
zij / ze biologeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik biologere
jij / je biologere
hij / zij / het biologere
wij / we biologeren
jullie biologeren
zij / ze biologeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik biologeerde
jij / je biologeerde
hij / zij / het biologeerde
wij / we biologeerden
jullie biologeerden
zij / ze biologeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij biologeer
jullie (archaïsch) biologeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
biologeren
Tegenwoordig deelwoord
biologerend
Voltooid deelwoord
gebiologeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary