HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← biepen — definition

Conjugation of biepen

Regular CEFR B1
ˈbipə(n)

een piepend geluid maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik biep
jij / je biept
hij / zij / het biept
wij / we biepen
jullie biepen
zij / ze biepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik biepte
jij / je biepte
hij / zij / het biepte
wij / we biepten
jullie biepten
zij / ze biepten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik biepe
jij / je biepe
hij / zij / het biepe
wij / we biepen
jullie biepen
zij / ze biepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik biepte
jij / je biepte
hij / zij / het biepte
wij / we biepten
jullie biepten
zij / ze biepten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij biep
jullie (archaïsch) biept

Onbepaalde vormen

Infinitief
biepen
Tegenwoordig deelwoord
biepend
Voltooid deelwoord
gebiept

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary