HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← biechten — definition

Conjugation of biechten

Regular CEFR C1
ˈbixtə(n)

het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik biecht
jij / je biecht
hij / zij / het biecht
wij / we biechten
jullie biechten
zij / ze biechten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik biechtte
jij / je biechtte
hij / zij / het biechtte
wij / we biechtten
jullie biechtten
zij / ze biechtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik biechte
jij / je biechte
hij / zij / het biechte
wij / we biechten
jullie biechten
zij / ze biechten
Aanvoegende wijs — verleden
ik biechtte
jij / je biechtte
hij / zij / het biechtte
wij / we biechtten
jullie biechtten
zij / ze biechtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij biecht
jullie (archaïsch) biecht

Onbepaalde vormen

Infinitief
biechten
Tegenwoordig deelwoord
biechtend
Voltooid deelwoord
gebiecht

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary