HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bibberen — definición

Conjugation of bibberen

Regular CEFR C2
/ˈbɪbərə(n)/

hevig trillen van kou of angst Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bibber
jij / je bibbert
hij / zij / het bibbert
wij / we bibberen
jullie bibberen
zij / ze bibberen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bibberde
jij / je bibberde
hij / zij / het bibberde
wij / we bibberden
jullie bibberden
zij / ze bibberden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bibbere
jij / je bibbere
hij / zij / het bibbere
wij / we bibberen
jullie bibberen
zij / ze bibberen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bibberde
jij / je bibberde
hij / zij / het bibberde
wij / we bibberden
jullie bibberden
zij / ze bibberden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bibber
jullie (archaïsch) bibbert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bibberen
Tegenwoordig deelwoord
bibberend
Voltooid deelwoord
gebibberd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary