HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezweren — definition

Conjugation of bezweren

Regular CEFR C2
bəˈzʋeːrə(n)

met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezweer
jij / je bezweert
hij / zij / het bezweert
wij / we bezweren
jullie bezweren
zij / ze bezweren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezwoer
jij / je bezwoer
hij / zij / het bezwoer
wij / we bezwoeren
jullie bezwoeren
zij / ze bezwoeren

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezwere
jij / je bezwere
hij / zij / het bezwere
wij / we bezweren
jullie bezweren
zij / ze bezweren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezwoere
jij / je bezwoere
hij / zij / het bezwoere
wij / we bezwoeren
jullie bezwoeren
zij / ze bezwoeren

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezweer
jullie (archaïsch) bezweert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezweren
Tegenwoordig deelwoord
bezwerend
Voltooid deelwoord
bezworen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary