HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezwangeren — definition

Conjugation of bezwangeren

Regular CEFR C1
bəˈzʋɑ.ŋə.rə(n)

zorgen dat een vrouw of vrouwtjesdier bevrucht wordt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezwanger
jij / je bezwangert
hij / zij / het bezwangert
wij / we bezwangeren
jullie bezwangeren
zij / ze bezwangeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezwangerde
jij / je bezwangerde
hij / zij / het bezwangerde
wij / we bezwangerden
jullie bezwangerden
zij / ze bezwangerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezwangere
jij / je bezwangere
hij / zij / het bezwangere
wij / we bezwangeren
jullie bezwangeren
zij / ze bezwangeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezwangerde
jij / je bezwangerde
hij / zij / het bezwangerde
wij / we bezwangerden
jullie bezwangerden
zij / ze bezwangerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezwanger
jullie (archaïsch) bezwangert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezwangeren
Tegenwoordig deelwoord
bezwangerend
Voltooid deelwoord
bezwangerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary