HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezwachtelen — definition

Conjugation of bezwachtelen

Regular CEFR C1
bəˈzʋɑx.tə.lə(n)

to bandage, to bind, to wrap Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezwachtel
jij / je bezwachtelt
hij / zij / het bezwachtelt
wij / we bezwachtelen
jullie bezwachtelen
zij / ze bezwachtelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezwachtelde
jij / je bezwachtelde
hij / zij / het bezwachtelde
wij / we bezwachtelden
jullie bezwachtelden
zij / ze bezwachtelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezwachtele
jij / je bezwachtele
hij / zij / het bezwachtele
wij / we bezwachtelen
jullie bezwachtelen
zij / ze bezwachtelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezwachtelde
jij / je bezwachtelde
hij / zij / het bezwachtelde
wij / we bezwachtelden
jullie bezwachtelden
zij / ze bezwachtelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezwachtel
jullie (archaïsch) bezwachtelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezwachtelen
Tegenwoordig deelwoord
bezwachtelend
Voltooid deelwoord
bezwachteld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary