HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezorgen — definition

Conjugation of bezorgen

Regular CEFR B1
bəˈzɔrɣə(n)

goederen op een bepaalde plaats brengen, bestellen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezorg
jij / je bezorgt
hij / zij / het bezorgt
wij / we bezorgen
jullie bezorgen
zij / ze bezorgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezorgde
jij / je bezorgde
hij / zij / het bezorgde
wij / we bezorgden
jullie bezorgden
zij / ze bezorgden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezorge
jij / je bezorge
hij / zij / het bezorge
wij / we bezorgen
jullie bezorgen
zij / ze bezorgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezorgde
jij / je bezorgde
hij / zij / het bezorgde
wij / we bezorgden
jullie bezorgden
zij / ze bezorgden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezorg
jullie (archaïsch) bezorgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezorgen
Tegenwoordig deelwoord
bezorgend
Voltooid deelwoord
bezorgd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary