Conjugation of bezondigen
/bəˈzɔn.də.ɣə(n)/zich ~ aan: zonde op zich laden Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | bezondig |
| jij / je | bezondigt |
| hij / zij / het | bezondigt |
| wij / we | bezondigen |
| jullie | bezondigen |
| zij / ze | bezondigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | bezondigde |
| jij / je | bezondigde |
| hij / zij / het | bezondigde |
| wij / we | bezondigden |
| jullie | bezondigden |
| zij / ze | bezondigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | bezondige |
| jij / je | bezondige |
| hij / zij / het | bezondige |
| wij / we | bezondigen |
| jullie | bezondigen |
| zij / ze | bezondigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | bezondigde |
| jij / je | bezondigde |
| hij / zij / het | bezondigde |
| wij / we | bezondigden |
| jullie | bezondigden |
| zij / ze | bezondigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | bezondig |
| jullie (archaïsch) | bezondigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | bezondigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | bezondigend |
Voltooid deelwoord
| — | bezondigd |