HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezingen — definition

Conjugation of bezingen

Regular CEFR B2
bəˈzɪ.ŋə(n)

over een bepaald onderwerp zingen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezing
jij / je bezingt
hij / zij / het bezingt
wij / we bezingen
jullie bezingen
zij / ze bezingen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezong
jij / je bezong
hij / zij / het bezong
wij / we bezongen
jullie bezongen
zij / ze bezongen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezinge
jij / je bezinge
hij / zij / het bezinge
wij / we bezingen
jullie bezingen
zij / ze bezingen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezonge
jij / je bezonge
hij / zij / het bezonge
wij / we bezongen
jullie bezongen
zij / ze bezongen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezing
jullie (archaïsch) bezingt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezingen
Tegenwoordig deelwoord
bezingend
Voltooid deelwoord
bezongen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary