HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezigen — definición

Conjugation of bezigen

Regular CEFR B1
/ˈbeː.zə.ɣə(n)/

gebruik maken van iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezig
jij / je bezigt
hij / zij / het bezigt
wij / we bezigen
jullie bezigen
zij / ze bezigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezigde
jij / je bezigde
hij / zij / het bezigde
wij / we bezigden
jullie bezigden
zij / ze bezigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezige
jij / je bezige
hij / zij / het bezige
wij / we bezigen
jullie bezigen
zij / ze bezigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezigde
jij / je bezigde
hij / zij / het bezigde
wij / we bezigden
jullie bezigden
zij / ze bezigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezig
jullie (archaïsch) bezigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezigen
Tegenwoordig deelwoord
bezigend
Voltooid deelwoord
gebezigd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary