HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezemen — definition

Conjugation of bezemen

Regular CEFR B1
ˈbeː.zə.mə(n)

met een bezem schoonmaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezem
jij / je bezemt
hij / zij / het bezemt
wij / we bezemen
jullie bezemen
zij / ze bezemen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezemde
jij / je bezemde
hij / zij / het bezemde
wij / we bezemden
jullie bezemden
zij / ze bezemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezeme
jij / je bezeme
hij / zij / het bezeme
wij / we bezemen
jullie bezemen
zij / ze bezemen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezemde
jij / je bezemde
hij / zij / het bezemde
wij / we bezemden
jullie bezemden
zij / ze bezemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezem
jullie (archaïsch) bezemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezemen
Tegenwoordig deelwoord
bezemend
Voltooid deelwoord
gebezemd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary