HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezeilen — definition

Conjugation of bezeilen

Regular CEFR B2
bəˈzɛi̯.lə(n)

met een zeilboot of -schip bevaren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezeil
jij / je bezeilt
hij / zij / het bezeilt
wij / we bezeilen
jullie bezeilen
zij / ze bezeilen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezeilde
jij / je bezeilde
hij / zij / het bezeilde
wij / we bezeilden
jullie bezeilden
zij / ze bezeilden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezeile
jij / je bezeile
hij / zij / het bezeile
wij / we bezeilen
jullie bezeilen
zij / ze bezeilen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezeilde
jij / je bezeilde
hij / zij / het bezeilde
wij / we bezeilden
jullie bezeilden
zij / ze bezeilden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezeil
jullie (archaïsch) bezeilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezeilen
Tegenwoordig deelwoord
bezeilend
Voltooid deelwoord
bezeild

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary