HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezatten — definición

Conjugation of bezatten

Regular CEFR C2
/bəˈzɑ.tə(n)/

meervoud verleden tijd van zich bezatten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezat
jij / je bezat
hij / zij / het bezat
wij / we bezatten
jullie bezatten
zij / ze bezatten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezatte
jij / je bezatte
hij / zij / het bezatte
wij / we bezatten
jullie bezatten
zij / ze bezatten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezatte
jij / je bezatte
hij / zij / het bezatte
wij / we bezatten
jullie bezatten
zij / ze bezatten
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezatte
jij / je bezatte
hij / zij / het bezatte
wij / we bezatten
jullie bezatten
zij / ze bezatten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezat
jullie (archaïsch) bezat

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezatten
Tegenwoordig deelwoord
bezattend
Voltooid deelwoord
bezat

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary