HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezaaien — definición

Conjugation of bezaaien

Regular CEFR B2
/bəˈzaːi̯ə(n)/

een akker met zaad bestrooien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezaai
jij / je bezaait
hij / zij / het bezaait
wij / we bezaaien
jullie bezaaien
zij / ze bezaaien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezaaide
jij / je bezaaide
hij / zij / het bezaaide
wij / we bezaaiden
jullie bezaaiden
zij / ze bezaaiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezaaie
jij / je bezaaie
hij / zij / het bezaaie
wij / we bezaaien
jullie bezaaien
zij / ze bezaaien
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezaaide
jij / je bezaaide
hij / zij / het bezaaide
wij / we bezaaiden
jullie bezaaiden
zij / ze bezaaiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezaai
jullie (archaïsch) bezaait

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezaaien
Tegenwoordig deelwoord
bezaaiend
Voltooid deelwoord
bezaaid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary