HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bewoorden — definition

Conjugation of bewoorden

Regular CEFR B2
bəˈʋoːr.də(n)

van woorden voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bewoord
jij / je bewoordt
hij / zij / het bewoordt
wij / we bewoorden
jullie bewoorden
zij / ze bewoorden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bewoordde
jij / je bewoordde
hij / zij / het bewoordde
wij / we bewoordden
jullie bewoordden
zij / ze bewoordden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bewoorde
jij / je bewoorde
hij / zij / het bewoorde
wij / we bewoorden
jullie bewoorden
zij / ze bewoorden
Aanvoegende wijs — verleden
ik bewoordde
jij / je bewoordde
hij / zij / het bewoordde
wij / we bewoordden
jullie bewoordden
zij / ze bewoordden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bewoord
jullie (archaïsch) bewoordt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bewoorden
Tegenwoordig deelwoord
bewoordend
Voltooid deelwoord
bewoord

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary