Conjugation of bewerken
/bəˈʋɛrkə(n)/een bestand of map wijzigen om voor een ander doel geschikt te maken Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | bewerk |
| jij / je | bewerkt |
| hij / zij / het | bewerkt |
| wij / we | bewerken |
| jullie | bewerken |
| zij / ze | bewerken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | bewerkte |
| jij / je | bewerkte |
| hij / zij / het | bewerkte |
| wij / we | bewerkten |
| jullie | bewerkten |
| zij / ze | bewerkten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | bewerke |
| jij / je | bewerke |
| hij / zij / het | bewerke |
| wij / we | bewerken |
| jullie | bewerken |
| zij / ze | bewerken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | bewerkte |
| jij / je | bewerkte |
| hij / zij / het | bewerkte |
| wij / we | bewerkten |
| jullie | bewerkten |
| zij / ze | bewerkten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | bewerk |
| jullie (archaïsch) | bewerkt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | bewerken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | bewerkend |
Voltooid deelwoord
| — | bewerkt |