HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bewaken — definición

Conjugation of bewaken

Regular CEFR B2
/bəˈʋaːkə(n)/

toezicht houden op de veiligheid van iets of iemand Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bewaak
jij / je bewaakt
hij / zij / het bewaakt
wij / we bewaken
jullie bewaken
zij / ze bewaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bewaakte
jij / je bewaakte
hij / zij / het bewaakte
wij / we bewaakten
jullie bewaakten
zij / ze bewaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bewake
jij / je bewake
hij / zij / het bewake
wij / we bewaken
jullie bewaken
zij / ze bewaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik bewaakte
jij / je bewaakte
hij / zij / het bewaakte
wij / we bewaakten
jullie bewaakten
zij / ze bewaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bewaak
jullie (archaïsch) bewaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bewaken
Tegenwoordig deelwoord
bewakend
Voltooid deelwoord
bewaakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary