HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bevliegen — definition

Conjugation of bevliegen

Regular CEFR B2
ˌbəˈvli.ɣə(n)

vliegend iets bezoeken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bevlieg
jij / je bevliegt
hij / zij / het bevliegt
wij / we bevliegen
jullie bevliegen
zij / ze bevliegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bevloog
jij / je bevloog
hij / zij / het bevloog
wij / we bevlogen
jullie bevlogen
zij / ze bevlogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bevliege
jij / je bevliege
hij / zij / het bevliege
wij / we bevliegen
jullie bevliegen
zij / ze bevliegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bevloge
jij / je bevloge
hij / zij / het bevloge
wij / we bevlogen
jullie bevlogen
zij / ze bevlogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bevlieg
jullie (archaïsch) bevliegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bevliegen
Tegenwoordig deelwoord
bevliegend
Voltooid deelwoord
bevlogen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary