HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bevissen — definition

Conjugation of bevissen

Regular CEFR B2
bəˈvɪ.sə(n)

een water gebruiken om er vis te vangen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bevis
jij / je bevist
hij / zij / het bevist
wij / we bevissen
jullie bevissen
zij / ze bevissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beviste
jij / je beviste
hij / zij / het beviste
wij / we bevisten
jullie bevisten
zij / ze bevisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bevisse
jij / je bevisse
hij / zij / het bevisse
wij / we bevissen
jullie bevissen
zij / ze bevissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beviste
jij / je beviste
hij / zij / het beviste
wij / we bevisten
jullie bevisten
zij / ze bevisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bevis
jullie (archaïsch) bevist

Onbepaalde vormen

Infinitief
bevissen
Tegenwoordig deelwoord
bevissend
Voltooid deelwoord
bevist

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary